Wet natuurbescherming


De Wet natuurbescherming regelt uiteenlopende onderwerpen en is voor u relevant bij diverse activiteiten. Bijvoorbeeld wanneer u werkzaamheden vlakbij een natuurgebied gaat plannen of wanneer u een oude schuur wilt slopen en er vleermuizen in zitten. In deze en andere situaties is het belangrijk dat u tijdig nagaat of voor dit initiatief een vergunning of ontheffing Wnb nodig is. Hiervoor kunt u een verzoek om een toetsing uit te voeren, of direct een conceptaanvraag voor een vergunning of ontheffing bij ons indienen. Informatie over het aanvraagproces kunt u vinden bij Alles over Aanvragen. Specifieke informatie gerelateerd aan de verschillende beleidsvelden die wij behandelen vindt u hieronder. De uitvoering van de Wet natuurbescherming doen wij namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Beschermde gebieden (Natura 2000) - inclusief stikstof

In Zuid-Holland bevinden zich diverse Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn aangewezen vanwege de aanwezigheid van bijzondere habitats en plant- en diersoorten. Wanneer u een activiteit gaat uitvoeren die mogelijk effect heeft op een Natura 2000-gebied kunt u in overtreding zijn met de Wet natuurbescherming. U moet nagaan of er een vergunningsplicht geldt voor de activiteiten die gaan plaatsvinden. Hierbij kunt u denken aan verstoringen zoals: vermesting en verzuring, geluid, licht, oppervlakteverlies, kwaliteitsverlies of verdroging. Met gebruik van de effectenindicator kunt u achterhalen welke storende factoren van toepassing zijn en welke soorten en habitattypen daar gevoelig voor zijn.

Beheerplannen
In de provincie Zuid-Holland is voor elk Natura 2000-gebied een beheerplan vastgesteld. In deze beheerplannen is het huidige gebruik getoetst en voor een groot deel vrijgesteld van de vergunningplicht. Dit geldt ook voor beheermaatregelen ten behoeve van de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen waarvoor het gebied is aangewezen. Als uw activiteit betrekking heeft op het voortzetten van een bestaande activiteit, controleer dan in het beheerplan of deze activiteit is vrijgesteld van de vergunningplicht.

Stikstof
Voor een activiteit die stikstof of ammoniakdepositie veroorzaakt op één of meerdere Natura 2000-gebieden dient u één of meerdere AERIUS berekeningen te maken om te kunnen bepalen of er sprake is van een vergunningplicht. Met de inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak stikstof (Spoedwet) op 1 januari 2020 geldt de vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming voor projecten die significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de wezenlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden. De vergunningplicht voor projecten en andere handelingen die een verslechtering (maar geen significante gevolgen) kunnen hebben, is komen te vervallen. 

Voor de meest recente informatie op het gebied van stikstofbeleid en hulpmiddelen zoals AERIUS en handleiding intern en extern salderen, kunt u terecht op de gezamenlijke website van de provincies: BIJ12

Met gebruik van het document Toelichting op formulier Conceptaanvraag Wet natuurbescherming kunt u nagaan welke berekening per situatie gemaakt moet worden en wanneer sprake is van een vergunningplicht in omgeving Haaglanden. Wij raden u tevens aan het document Indieningsvereisten stikstof goed door te nemen. Hierin wordt aangegeven welke informatie een aanvraag minimaal moet bevatten. Voorafgaand aan een conceptaanvraag is het mogelijk eerst een verzoek om toetsing uit te voeren bij ons in te dienen. Meer informatie hierover en alle benodigde documenten zoals het formulier Conceptaanvraag Wet natuurbescherming kunt u vinden bij Alles over Aanvragen

Programma Aanpak Stikstof
Heeft u een melding gedaan onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en heeft u vragen over de verdere afhandeling hiervan binnen het nieuwe landelijk beleid? Dan verwijzen wij u graag naar dit nieuwsbericht van BIJ12 over de inventarisatie van PAS-meldingen.

Voor het opvragen van uw PAS-melding kunt u terecht bij het bevoegd gezag. Voor de provincie Zuid-Holland is dit Omgevingsdienst Haaglanden. Stuur hiervoor een mail naar vergunningen@odh.nl en vermeld hierbij het adres en de naam (persoon en bedrijf) van de betreffende melding.

Soortenbescherming
Let op dat naast de doelstellingen voor de habitats en soorten van een Natura 2000-gebied, ook sprake kan zijn van soortenbescherming waarbij voor een activiteit een ontheffing nodig kan zijn. Bomen kunnen bijvoorbeeld fungeren als verblijfplaats voor beschermde vogels en vleermuizen. Zie de tekst onder het kopje ‘Beschermde soorten en ontheffingen voor activiteiten’.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Vergeet niet te controleren of uw activiteit valt in een gebied dat tevens is aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische hoofdstructuur). Voor vragen, verzoeken en meer informatie hieromtrent kunt u terecht bij de provincie Zuid-Holland (niet bij de Omgevingsdienst Haaglanden).

Beschermde soorten en ontheffingen voor activiteiten

Aan de hand van ontheffingen regelen we op welke manier activiteiten plaats kunnen vinden die gevolgen hebben voor beschermde soorten. Het is belangrijk dat u voorafgaand aan uw geplande activiteit nagaat of hiervoor een ontheffing nodig is.

Gebiedsgerichte ontheffingen
Een gebiedsgerichte ontheffing kan worden aangevraagd voor het uitvoeren van toekomstige werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en voor beheer en onderhoud op grotere schaal. Bereid de conceptaanvraag tijdig voor aan de hand van uitgebreid ecologisch onderzoek, monitoring en een soortenmanagementplan. Bij een gebiedsgerichte ontheffing is voor afzonderlijke werkzaamheden geen aparte ontheffingsaanvraag benodigd.

Tijdelijke natuur
Op braakliggende terreinen kunnen flora en fauna de ruimte krijgen door tijdelijke natuur te realiseren. Op deze manier wordt de biodiversiteit in het gebied gestimuleerd. U kunt dit voor uw gebied regelen via een ontheffing of via de Gedragscode Tijdelijke Natuur. In beide gevallen moet u vooraf dezelfde informatie overleggen. Een ontheffing voor tijdelijke natuur regelt vooraf dat de grondeigenaar de natuur - en daarmee beschermde soorten - mag verwijderen op het moment dat gestart wordt met het inrichten van het terrein. 

U heeft geen ontheffing nodig als aantoonbaar gewerkt wordt volgens of voldaan wordt aan de voorwaarden in de Gedragscode tijdelijke natuur. Voor meer informatie kun u terecht op de website van Tijdelijke Natuur of raadpleegt u de Beleidslijn Tijdelijke Natuur van het Ministerie van Economische Zaken van 10 september 2015

Oprichten opvangcentra voor dieren
Dieren kunnen gewond raken, ziek worden of ze worden afgestaan door hun eigenaar. Ze worden dan opgevangen in gespecialiseerde opvangcentra. Voor het oprichten van een opvangcentrum voor dieren is een ontheffing nodig. Voor een ontheffing voor de opvang van zeezoogdieren, uitheemse dieren en invasieve exoten kunt u terecht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor de opvang van inheemse diersoorten kunt u bij de Omgevingsdienst Haaglanden een ontheffing aanvragen. 

U krijgt alleen een ontheffing als u aan de volgende eisen voldoet:

  • Uw opvangcentrum is een stichting of vereniging.
  • U houdt een register bij.
  • Uw opvangcentrum voor inheemse of uitheemse soorten heeft hetzelfde doel als dat uit de bijlage bij de Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten.
  • De doelstelling van opvangcentrum voor invasieve exoten komt overeen met de doelstellingen in de bijlage bij de Beleidsregel kwaliteit opvang invasieve uitheemse diersoorten.
  • Ook voldoet het opvangcentrum aan alle overige voorschriften uit de bijlage van de Beleidsregels.


Aanvragen soortenbescherming
Bepaal voorafgaand aan uw activiteit of een ontheffing nodig is. Dit kunt u doen met behulp van de Checklist soortenbescherming wanneer het gaat om ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en onderhoud, onderwijs of onderzoek. Voorkom een onvolledig ontheffingsaanvraag door gebruik te maken van het document Richtlijn ontheffing soortenbescherming. De aandachtspunten in deze richtlijn zijn bedoeld voor het opstellen van uw conceptaanvraag evenals voor het uitvoeren van ecologisch onderzoek. Voorafgaand aan een conceptaanvraag is het mogelijk eerst een verzoek om toetsing uit te voeren bij ons in te dienen. Meer informatie hierover en alle benodigde documenten zoals het formulier Conceptaanvraag Wet natuurbescherming kunt u vinden bij Alles over Aanvragen.

Let op! Natura 2000-gebieden
Controleer of u in of bij een Natura 2000-gebied aan het werk gaat via de interactieve kaart met Natura 2000-gebieden. Er kan sprake zijn van een vergunningplicht wanneer uw activiteit effect heeft op een van deze beschermde gebieden. Zie de tekst onder het kopje ‘Beschermde gebieden (Natura 2000) - inclusief stikstof’.

Jacht, beheer, schade- en overlastbestrijding

De Wet natuurbescherming regelt op welke dieren mag worden gejaagd en wanneer bestrijding van dieren mag plaatsvinden vanwege volksgezondheid, veiligheid of preventie van schade. Er gelden verschillende regels voor jacht, beheer en schadebestrijding. Dit is afhankelijk van het seizoen, het dier en de schade. Meer informatie over ontheffingen, vrijstellingen en hoe verdere faunabeheer is geregeld binnen de provincie Zuid-Holland kunt u hier vinden op de website van Faunabeheereenheid Zuid-Holland. 

Verantwoordelijke instantie
Een aanvraag voor een ontheffing voor beheer en schadebestrijding moet in de meeste gevallen via Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBEZH) worden ingediend bij Omgevingsdienst Haaglanden. Indien wordt voldaan aan de wettelijke criteria verleend Omgevingsdienst Haaglanden de ontheffingen voor beheer en schadebestrijding aan de FBEZH. 

Ongediertebestrijding
Voor de bestrijding van de huismus, mol, bosmuis, huisspitsmuis en de veldmuis kan een aanvraag om ontheffing worden ingediend bij Omgevingsdienst Haaglanden met behulp van het formulier Aanvraagformulier ontheffing ongediertebestrijding op de pagina Alles over aanvragen onder ‘Overige aanvraagformulieren Wnb’.

Ontheffingsaanvragen voor de beheer en schadebestrijding voor alle overige diersoorten moeten bij FBEZH worden ingediend. Voor het bestrijden van de zwarte en bruine rat is voor o.a. het gebruik van het luchtdrukgeweer, bestrijding binnen de bebouwde kom en afwijkingen van het jachtveld aan FBEZH ontheffing verleend. Deze ontheffing kan onder voorwaarden aan bestrijders worden doorgeschreven. Hiervoor dient u ook contact op te nemen met FBEZH.

Voor welk type geweer en welke diersoort heeft u ontheffing nodig?
Als u als jachthouder optreedt in uw eigen jachtveld, heeft u op grond van artikel 3.26 van de Wet natuurbescherming geen ontheffing nodig voor afschot van de zwarte rat, bruine rat en huismuis. U kunt als jachthouder ook toestemming geven aan een andere jachtaktehouder om in uw jachtveld de drie genoemde soorten met het geweer te bestrijden. Deze jachtaktehouder heeft dan geen ontheffing nodig.

Daarentegen is voor het gebruik van een luchtdrukgeweer, ook als u als jachthouder in het eigen jachtveld optreedt, bij de bestrijding van deze drie diersoorten wél een ontheffing nodig. Dit komt doordat een luchtdrukgeweer niet voldoet aan de regels die in de Wet natuurbescherming aan het geweer zijn gesteld. Voor de vier andere genoemde diersoorten (mol, bosmuis, huisspitsmuis en de veldmuis) is het gebruik van zowel het geweer als het gebruik van het luchtdrukgeweer ontheffingsplichtig. 

Voor welke locatie heeft u een ontheffing nodig?
Voor alle zeven genoemde diersoorten is een ontheffing nodig als het jachtveld waarbinnen de schadebestrijding plaatsvindt, afwijkt van de regels die de Wet natuurbescherming in artikel 3.26 aan een jachtveld stelt. In de provincie Zuid-Holland wordt alleen dan een ontheffing van de oppervlakte-eisen verleend, als er door fysieke barrières geen mogelijkheid bestaat om aan de oppervlakteregels te voldoen. Dit is zo geregeld in artikel 3.6 van de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. Dit betekent dat altijd eerst nagegaan moet worden of er via een aangrenzend jachtveld een zodanige combinatie mogelijk is dat het eigen jachtveld aan de regels voldoet. Dit kan bijvoorbeeld via doorverhuur, als de jachthuurovereenkomst dit toestaat, of via een wijziging van de jachthuurovereenkomsten. Is het fysiek wel mogelijk maar wil de betrokken jachthouder, degene van wie hij het jachtrecht huurt of de grondgebruiker hier niet aan meewerken, dan krijgt u toch geen ontheffing. Een ontheffing is ook nodig als de schadebestrijding van deze diersoorten met (luchtdruk)geweer binnen de bebouwde kom zal gaan plaatsvinden.

Samenvatting

Ontheffing nodig voor:

Doden Gebruik geweer Gebruik luchtdrukgeweer Binnen bebouwde kom

Afwijking van jachtveldvereisten

Zwarte rat, bruine rat, huismuis (binnen en buiten gebouwen en op erven)

Nee Nee Ja Ja Ja

Mol (binnen en buiten gebouwen en op erven)

Nee Ja Ja Ja Ja

Bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis (binnen gebouwen en op erven)

Nee Ja Ja Ja Ja

Bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis (buiten gebouwen)

Ja Ja Ja Ja Ja

 

Aanvragen ontheffing

Vraag hier uw ontheffing ongediertebestrijding aan. Stuur het volledig ingevulde formulier in via vergunningen@odh.nl. Neem voor meer informatie contact op via vergunningen@odh.nl. Meer informatie hierover en alle benodigde documenten kunt u vinden bij Alles over Aanvragen.

Houtopstanden

In de Wet natuurbescherming is de bescherming van houtopstanden geregeld voor zover deze zijn gelegen buiten de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de zogenaamde ‘bebouwde kom houtopstanden’ (voorheen: Boswet). De vastgestelde begrenzingen bebouwde kom Wet natuurbescherming van de gemeenten binnen de provincie Zuid-Holland vindt u hier en kunt u verder controleren binnen de Checklist houtopstanden. Houtopstanden betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken en hakhout of griend die een oppervlakte vanaf 10 are beslaan, of een rijopstand betreffen van 20 bomen of meer. Niet alle houtopstanden vallen onder de reikwijdte van de Wet natuurbescherming. Bijvoorbeeld houtopstanden op een erf of in een tuin bij een woning.  

Bent u voornemens om de houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen dan geldt een meldings- en herplantplicht. 

Uitzonderingen en vrijstellingen
In de wet zijn uitzonderingen opgenomen ten aanzien van situaties waarvoor de meldings- en herplantplicht niet van toepassing is verklaard. In aanvulling hierop, zijn via de provinciale verordening bepaalde vellingen vrijgesteld. Met behulp van de Checklist houtopstanden, kunt u nagaan of voor uw geplande activiteit de meldings- en herplantplicht van toepassing is.

Melding en aanvraag
Een melding en/of een ontheffingsaanvraag in relatie tot een voorgenomen (gedeeltelijke) velling van houtopstanden kunnen/kan worden gedaan met behulp van het formulier Conceptaanvraag Wet natuurbescherming. Dit formulier en hulpmiddelen zoals de checklist kunt u vinden bij Alles over aanvragen.

Ontheffing
Wij kunnen op grond van artikel 4.5, eerste en derde lid, van de Wet natuurbescherming, de volgende ontheffingen verlenen:

  • Ontheffing meldingsplicht (art. 4.2, eerste lid, Wnb)
  • Ontheffing herplanttermijn (art. 4.3, eerste lid, Wnb) 
  • Ontheffing herplantplicht op dezelfde grond als de gevelde opstand (art. 4.3, eerste lid, Wnb)
  • Het vervangen van herbeplanting binnen de gestelde herplanttermijn indien deze niet is aangeslagen (art. 4.3, tweede lid, Wnb)
  • Overdracht van plicht tot herbeplanting bij overdragen van eigendom van grond (art. 4.3, vijfde lid, Wnb)


De voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het toekennen van een ontheffing zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland § 3.9.5 Houtopstanden en herbeplanting.

Let op! Natura 2000-gebieden
Controleer of u in of bij een Natura 2000-gebied aan het werk gaat via de interactieve kaart met Natura 2000-gebieden. Er kan sprake zijn van een aanvullende vergunningplicht wanneer uw activiteit effect heeft op een van deze beschermde gebieden. Zie de tekst onder het kopje ‘Beschermde gebieden (Natura 2000) - inclusief stikstof’.

Soortenbescherming
Naast effecten op Natura 2000-gebieden, kan ook sprake zijn van een aanvullende ontheffingplicht voor soortenbescherming. Bomen kunnen bijvoorbeeld fungeren als verblijfplaats voor beschermde vogels en vleermuizen of als migratieroute van vleermuizen. Zie de tekst onder het kopje ‘Beschermde soorten en ontheffingen voor activiteiten’.